9/28/2006

Fietsstraat

Een straat waar fietsers de norm zijn, en de auto ‘te gast’ is. Dat is perfect mogelijk met zogenaamde fietsstraten. In het buitenland is daar al erg veel ervaring mee. Het wordt tijd dat ook in Aalst fietsstraten verschijnen. Groen! Aalst vraagt dat bij een toekomstige aanpassing van het mobiliteitsplan en aanpassingen van straten gekozen wordt voor de inrichting van fietsstraten op die plaatsen waar dat een meerwaarde betekent op het vlak van leefbaarheid en het versterken van hoofdfietsroutes.



Er zijn heel wat mensen die fietsen in Aalst, maar fietsen in onze stad is niet altijd een pretje en soms zelfs ronduit gevaarlijk. Dat weerhoudt heel veel mensen om vaker de fiets te nemen. Groen! presenteert daarom het idee van de fietsstraat als zesde voorstel in de reeks ‘Beelden van een groene stad’.

In Aalst, en dan vooral binnen het stedelijk gebied, kan je spreken van een feitelijk fietsroutenetwerk. De inrichting van deze straten is evenwel niet altijd aangepast aan de feitelijke functie die ze hebben, namelijk een straat waar vooral fietsers rijden - of zouden moeten kunnen rijden. Daardoor kunnen gevaarlijke situaties ontstaan.

In een goed mobiliteitsbeleid wordt er ruim plaats gemaakt voor de fiets, zodat meer verplaatsingen ook per fiets kunnen verlopen. Op die plaatsen waar het kan, wil Groen! de huidige logica omdraaien en de straat in de eerste plaats aan de fietsers geven, via het concept van een fietsstraat. In zo’n straat zijn de auto’s niet volledig afwezig, maar ze zijn wel ‘te gast’ in een straat die in de eerste plaats van de fietsers is.

Een fietsstraat is ingericht als fietsroute, maar ook auto's zijn er toegestaan. Het autogebruik wordt echter beperkt door het karakter en de inrichting van de fietsstraat. Een kenmerk is, net als bij het fietspad,de rode kleur van het asfalt.

Fietsstraten zijn er al veel in Duitsland en Nederland. Ze bestaan er in vier varianten:
- autoluwe woonstraat: vaak is deze straat al aangewezen als fietsroute waardoor weinig aanvullende maatregelen nodig zijn.
- fietsers ruim aan de zijkant: doordat aan weerszijden van de autostrook brede wijnrode fietsstroken liggen, is de positie van de automobilist duidelijk. Bij hogere intensiteiten wordt de autostrook verbreed om passeren mogelijk te maken.
- fietsers meer in het midden: door het fietsgedeelte te centreren langs de lengte-as zullen fietsers vooral in het midden rijden.
- rijbaanscheiding: onderscheiding van twee rijrichtingen heeft een versterkend effect voor de fietser. Inhalen en parkeren wordt tegengegaan, vaak door een verhoging op de as.

Fietsstraten bieden ook veel mogelijkheden voor een stad als Aalst. In een aantal woonstraten is men op zoek naar een herinrichting. Bij de toekomstige aanpassingen van het mobiliteitsplan willen we dat er ook fietsstraten komen. Concreet kan hierbij gedacht worden aan straten zoals de Zavelbaan en de Brakelstraat in Aalst, delen van de Witgerstraat en de Hardingstraat in Herdersem of nog de Mimosawijk in Gijzegem.

Hiervoor wordt best ook samengewerkt met gespecialiseerde mobiliteitsorganisaties. Ook vinden we het nuttig dat er contacten worden gelegd met Nederlandse steden waar men ondertussen ruime ervaring heeft met fietsstraten.
Zo heeft de Nederlandse gemeente Oss, waarmee Aalst een culturele uitwisselingsband heeft, al verschillende fietsstraten laten aanleggen. Een onlangs uitgevoerde evaluatie van het fietsgebruik op de fietsstraat Hescheweg te Oss liet een toename van maar liefst 11% optekenen.

9/10/2006

CO2-neutrale wijken

Bouwen en renoveren zonder CO2 uit te stoten? Het kan, de kennis en de technologie om ‘CO2-neutraal’ te bouwen zijn er. In het buitenland zijn al projecten opgezet en uitgevoerd. Er is ook in ons land dringend nood aan voorbeeldprojecten in de vorm van een CO2-neutrale wijk. Groen! Aalst wil dat een volgend stadsbestuur hier werk van maakt. Zo kan expertise worden opgebouwd voor een toekomstgerichte vorm van duurzaam bouwen voor iedereen.

Het klimaat verandert, en om de gevolgen ervan tegen te gaan moeten we de CO2-uitstoot drastisch naar beneden brengen. Volgens het Kyotoprotocol moet er een reductie komen van 7,5%, maar om de klimaatverandering tegen te gaan is een vermindering van 60 tot 80% nodig. Dat kan, en duurzaam bouwen en wonen is hét middel tegen klimaatverandering. In de manier hoe we bouwen en wonen is nog een enorme milieuwinst te realiseren. De technologie en de kennis daarvan zijn beschikbaar. “Uitdagende projecten uit het buitenland bewijzen dat een hoge kwaliteit van wonen perfect te combineren is met zeer vooruitstrevende ecologische keuzes” stellen Els Keytsman (lijsttrekker gemeente) en Joke Van de Putte (lijsttrekker provincie) van Groen! Aalst

Ze willen voor nieuwe woonprojecten “CO2-neutrale wijk” als streefdoel. “Zo’n doelstelling stimuleert sterk innovatie en steunt toekomstgerichte economische ontwikkeling” stelt Els Keytsman. “Projecten in het buitenland bewijzen ondertussen dat een CO2-neutrale wijk technische en economisch mogelijk is. Hoe sneller we ook in ons land dergelijke projecten uitwerken, hoe sneller we ook onze Kyotodoelstellingen kunnen bereiken”.

Joke Van de Putte illustreert de principes van een CO2-neutrale wijk met praktijkvoorbeelden uit het buitenland. Zo wordt in het Nederlandse Heerhugowaard een CO2-neutrale wijk ontwikkeld: de Stad van de Zon. De CO2-uitstoot door het energiegebruik voor wonen, werken en verkeer in de wijk wordt geminimaliseerd, en de energie wordt vooral op duurzame wijze opgewekt, namelijk met zonne- en winenergie.

“Er worden zonnepanelen op 1400 woningen geïnstalleerd die gezamenlijk 2,45 MW duurzame stroom opwekken” legt Van de Putte uit. “De bewoners van de zonnewoningen worden eigenaar van het systeem en dus van de daarmee opgewekte energie. Zij ontvangen daarvoor van energiebedrijf Nuon een vergoeding die overeen komt met de waarde van de opgewerkte stroom. Daarmee kunnen de bewoners de meerkosten voor de zonnepanelen binnen een redelijke termijn terugverdienen.”

Er worden ook drie windturbines aan de rand van de wijk geplaatst, die samen ongeveer 6 Megawatt duurzame elektriciteit opwekken. Andere maatregelen om het doel van CO2-emmissieneutraliteit te realiseren, zijn het bouwen van energiezuinige woningen. Tevens wordt er een bos van 75ha aangelegd. Bomen nemen CO2 op tijdens het groeiproces.

“Het wordt dus geen wijk waar net zoveel elektriciteit wordt opgewekt als dat er wordt gebruikt” legt Van de Putte uit “Het is een wijk waar de CO2-uitstoot als gevolg van het gebruik van elektriciteit en gas gecompenseerd wordt met duurzaam opgewekte stroom én de aanleg van een bos”. De woonwijk zal tegen 2008 volledig zijn gerealiseerd.

Van de Putte verwijst ook naar BedZED5 (Beddington Zero Energy Development), een ecowijk in de buurt van London. Het project bestaat uit 82 woningen. Er werd gekozen voor hernieuwbare materialen, een manier van bouwen waardoor zo goed als geen extra verwarming nodig is, warmtekrachtkoppeling, maar ook een mobiliteitsplan voor de bewoners. Het project is tegelijk een kenniscentrum dat een grote uitstraling heeft op allerlei andere nieuwe projecten.

Er kunnen niet alleen CO2-neutrale wijken worden gebouwd, het idee kan ook voor een hele gemeente worden gebruikt. “Zo wil het Nederlandse Apeldoorn tegen 2020 energieneutraal zijn” weet Van de Putte. De gemeente Apeldoorn wil vanaf 2020 CO2-neutraal zijn.

Alle gemeentelijke gebouwen maken nu al gebruik van groene stroom. Het wagenpark van de gemeente Apeldoorn bestaat uit hybride wagens. De verkeerslichten zijn voorzien van energiezuinige LED-lampen. De bewaakte fietsstallingen zijn gratis. De OV-ritten naar het centrum kosten € 1. Een woningbouwcorporatie heeft in een bestaande wijk forse besparingen doorgevoerd die een energiecentrale van 1,2 megawatt overbodig maakt. Aan een nieuwe wijk van drieduizend woningen zal elektriciteit en warmte worden geleverd vanuit een rioolwaterzuiveringsinstallatie.

Naast het realiseren van die nieuwe energiearme wijk werkt de stad de komende tijd samen met andere relevante partijen aan projecten, zoals de Whisper; een innovatieve stadsbus die minder brandstof verbruikt, de uitstoot van CO2 en fijn stof reduceert, en minder lawaai maakt.
Apeldoorn wil verder het energieverbruik bij gemeentelijke gebouwen verminderen, het energieverbruik op bedrijventerreinen verminderen, er duurzame energie opwekken en een efficiënt ruimtegebruik stimuleren, zoeken naar mogelijkheden om windenergie in te zetten als energiebron en stimuleren van duurzame energie campagnes, zoals bijvoorbeeld voor zonne-energie op bestaande woningen.

“Het opzetten van een dergelijk projecten leidt tot enorme mogelijkheden op het vlak van innovatie en technologische ontwikkeling” stellen beide lijsttreksters. “Het is dan ook zeker nodig dat op allerlei manieren wordt samengewerkt met overheden en kennisinstellingen, en zeker ook met gelijkaardige projecten in het buitenland, zo mogelijk onder de paraplu van de EU”.

In ons land, maar zeker ook in Aalst moet dit een richtinggevend principe worden voor alle grote bouwprojecten van de toekomst. Groen! wil daarom dat in Aalst gestart wordt met een project van een CO2-neutrale wijk.

8/31/2006

Boodschappendienst

Groen! Aalst wil in Aalst een moderne fietsboodschappendienst oprichten. Die kan tegemoet komen aan de noden van ouderen en mensen met een handicap, maar evengoed aan de levenswijze van drukbezette tweeverdieners. Minder auto’s op weg naar de winkel betekent een schoner milieu. Ten slotte ziet Groen! Aalst in die dienst een belangrijke ondersteuning voor de kleinere handelszaken in het stadscentrum of in de deelgemeenten, want voor hen is het nu moeilijk concurreren met grotere ketens aan de rand van de stad. Het opzetten van een sociaal tewerkstellingsproject zorgt voor duurzame werkgelegenheid.
“Niets dan voordelen dus” stellen Els Keytsman en Karine Kindermans van Groen! Aalst, die willen dat een volgend stadsbestuur hier meteen werk van maakt.


Voor minder mobiele mensen, maar ook voor tweeverdieners
Nogal wat mensen, bv. ouderen of mensen met een handicap, zijn niet zo mobiel en zelf boodschappen doen is voor hen echt moeilijk. Omdat de distributie zich steeds meer richt op grotere winkels aan de rand van de stad die vooral per auto bereikbaar zijn, worden deze mensen nog meer in hun mogelijkheden beperkt. Sommige gemeenten vangen dit op met een boodschappendienst, veelal georganiseerd door het OCMW of via het stelsel van buurtdiensten. Het project is dan beschikbaar voor een welbepaalde doelgroep.

Een boodschappendienst kan anderzijds ook erg handig zijn voor tweeverdieners. Zij hebben het meestal moeilijk om hun week goed georganiseerd te krijgen. Ze moeten’s avonds nog gaan winkelen, of zijn verplicht om telkens voor grote hoeveelheden te gaan winkelen op een drukke zaterdag. Als er een flexibel systeem zou bestaan waardoor men tijdens de week boodschappen thuis kan laten bezorgen, dan is dat al een hele hulp.

Minder auto’s in de stadskern
Een groot deel van het autoverkeer binnen de stadskern van Aalst heeft te maken met winkelen. Omdat dit telkens individueel gebeurt, wordt de milieulast nog groter. Een bundeling van een aantal boodschappen via een milieuvriendelijk vervoermiddel als de fiets, levert een grote milieuwinst op. Een fietsboodschappendienst is dan ook een goede ondersteuning van een duurzaam parkeerbeleid.

Ook voor de kleine (buurt)winkel
Ook voor de winkelier levert een dergelijk systeem een potentieel voordeel op, vooral voor de kleine handelszaken. Die voelen nu de concurrentie van de grotere winkels. Mensen die vlug-vlug na hun werk boodschappen willen doen, kiezen vlugger voor een supermarkt met grote parking en late openingsuren. Met een boodschappendienst kunnen de kleine winkels een extra service aanbieden die ze zelfstandig niet zouden kunnen organiseren, en dat is een extra troef in hun klantenbinding.

Ruim aanbod, flexibele mogelijkheden
Groen! Aalst wil graag een boodschappendienst met brede en ruime service. Dat kan door met zoveel mogelijk kleinere handelszaken een zo groot mogelijk netwerk samen te stellen: voedingszaken, bakkers, beenhouwers, maar ook aan een schoenreparatiedienst of bloemenzaak. Die zaken kunnen aan hun klanten het aanbod doen om boodschappen thuis te laten bezorgen door de fietsboodschappendienst. De handelaars betalen een bijdrage aan het systeem en krijgen allemaal een label dat ze kunnen gebruiken in hun reclame en aan het winkelraam.

Op een centrale website kunnen alle klanten boodschappen bestellen bij hun winkel van keuze. Maar uiteraard kan een klant ook gewoon bellen en de fietsdienst vragen om die bestellingen op te halen en thuis te brengen. Om goed te functioneren moet de uurregeling voldoende flexibel zijn. Thuisbezorging tot 21 uur zou mogelijk moeten zijn om te kunnen concurreren met de grotere distributiecentra.

Bijkomende tewerkstelling
"Ik pleit ervoor dat de fietsboodschappendienst een bedrijfje wordt dat in eerste instantie functioneert als een sociaal tewerkstellingsproject" stelt Kindermans. "Zo worden sociaal kwetsbare mensen aan zinvol werk geholpen". Het maatschappelijk voordeel (ondersteuning van sociaal kwetsbare mensen, milieuwinst, indirecte steun voor weefsel van kleinere buurtwinkels) rechtvaardigt een langdurige ondersteuning door de overheid, maar later kan het bedrijfje zelfbedruipend werken.

Ook goederen aan winkels leveren
Voor de winkeliers kan het systeem verder worden uitgebreid, onder meer in de richting van bezorging van goederen aan de winkel. Grotere vrachtwagens kunnen dan hun pakjes lossen op een centraal depot, vanwaar het door dienstfietsen kan worden bezorgd aan de winkels.

Voor dit soort toepassing is in de Nederlandse stad Nijmegen een pilootproject opgestart. Uit een eerste bevraging in Nijmegen kwamen ook nog andere ideeën. Heel wat mensen willen wel graag gaan winkelen, maar willen niet de hele dag rondzeulen met hun spullen. Een mogelijke toepassing zou dan kunnen zijn dat er bij parkeerplaatsen (bv. aan de rand van de stad) depots zijn voor goederen. De klanten kunnen hun auto achterlaten op de parking, kunnen met de bus naar de stad, en de fietsdienst brengt de pakjes naar het depot.

Enkel voordelen
“Een fietsboodschappendienst kan een belangrijke bijdrage leveren aan een eigentijds sociaal, ecologisch en economisch stadsbeleid. Het kan een ondersteuning betekenen voor heel wat mensen die nu beperkt zijn in hun mobiliteit. Het kan een steun zijn voor gezinnen van tweeverdieners of alleenstaanden. Het kan een grote bijdrage leveren aan een vermindering van de luchtvervuiling en een beperking van de parkeerbehoeften. En het kan ten slotte een welkome ondersteuning betekenen voor het netwerk aan kleinere winkels in het stedelijk gebied” vat Kindermans de voordelen van het groene voorstel samen.

Kindermans en Keytsman willen dat van dit project zo snel mogelijk werk wordt gemaakt.

links:

8/07/2006

Stadsboxen

Elke dag rijden in het stedelijk gebied heel wat (relatief grote) vrachtwagens om tijdig goederen te kunnen leveren aan diverse winkels. Dat zorgt voor toenemende problemen, in alle steden. Files op de snelwegen, beperkingen inzake uren dat er geleverd mag worden, maar ook meer onveiligheid en luchtvervuiling. Terwijl bewoners last hebben van de grote vrachtwagens, hebben chauffeurs die goederen moeten leveren of winkeliers die ze moeten ontvangen dan weer regelmatig problemen om alles op tijd ter plekke te krijgen. Alle betrokkenen voelen dat er nood is aan een meer rationele en duurzame oplossing.

Als derde voorstel in haar reeks ‘Beelden van een groene stad’ stelde Groen! Aalst op maandag 7 augustusdaarom het idee van de stadsboxen als toekomstspoor voor.

Raadslid Els Keytsman licht toe: “We pleiten voor een systeem waarbij goederen aan de rand van de stad op kleinere vrachtwagens kunnen worden overgeladen. Die kunnen dan efficiënter en met minder overlast en milieuvervuiling de goederen via kleinere vrachtwagens tot bij de klanten brengen. Het project ‘stadsboxen’ dat in Nederland wordt ontwikkeld, biedt goede perspectieven. Wij vragen dat Aalst dit debat ook in ons land aanzwengelt en werk maakt van een onderzoeks- en proefproject voor de introductie van stadsboxen.”

In Nederland wordt dit project momenteel uitgewerkt. Het principe van de stadsbox is simpel. Goederen worden verpakt in kleine containers. Buiten de steden zouden er op speciaal daarvoor omgebouwde vrachtwagens zes van die boxen kunnen worden geladen. Aan de rand van de stad kunnen die boxen via een handig systeem worden overgeladen op kleine vrachtwagens met een of twee boxen.

Els Keytsman: “Dit voorstel klinkt nu misschien nog als toekomstmuziek, maar binnen een jaar of tien zal het heel gewoon zijn. We mogen in ons land deze boot niet missen en moeten daarom nu beginnen met de ontwikkeling van dit soort ideeën. We vragen dat Aalst de trekker wordt en een structuur opzet (met de Vlaamse overheid, de EU, en de bedrijven) om het idee van een stadsbox ook hier verder uit te werken en in praktijk om te zetten.”

De stadsbox heeft heel wat voordelen. De binnenstad blijft bereikbaar. Er is minder geluids- en stankoverlast. Winkels kunnen gemakkelijker bevoorraad worden. Er is minder vrachtwagenverkeer tijdens de spits. Het goederenvervoer in het algemeen verloopt zo ook efficiënter.

Els Keytsman: “De groene voordelen van dit systeem zijn duidelijk. Als argument tegen een verder autoluw maken van de stad wordt vaak aangehaald dat de bevoorrading van winkels in het gedrang zou komen. Met dit systeem kunnen we én verder gaan met het autoluw maken van de stad én ook de winkels behouden in het stedelijk gebied. Op termijn kan trouwens via dit systeem het aantal voertuigkilometers in binnensteden en daarmee ook de emissies aan fijn stof en NOx met 30-40% naar beneden. Niets dan voordelen dus.”

7/20/2006

Zonnedakenplan

Het energievraagstuk is de belangrijkste ecologische en economische uitdaging van de toekomst. De hoge olie- en gasprijzen laten zien dat onze maatschappij gebaseerd op olie en gas, bijzonder kwetsbaar is, en geen toekomst heeft. En de klimaatverandering ondervinden we meer en meer aan den lijve. We moeten dus gewoon op zoek naar andere energiebronnen.

Karine Kindermans pleitte op 20 juli ervoor om Aalst uit te bouwen tot een toonbeeld van een beleid van duurzame energie. Veel Aalstenaars willen immers graag in hun eigen leven kiezen voor duurzame energie, maar ze worden daarin te weinig of niet gesteund, of hebben er het geld niet voor. Daarom wil Kindermans een Aalsters Energie Agentschap oprichten dat een actief beleid voert van energiebesparing en tegelijk projecten van hernieuwbare energie opzet. Een onderdeel van dat laatste is een zonnedakenplan. Deze formule is uitgedacht door ambtenaren van de Europese Unie, en bestaat reeds in tientallen Europese steden.

De groene politica haalt verder de mosterd uit het Nederlandse Delft. Het Delfts Energie Agentschap (DEA) werd opgericht in 2000 en is een gezamenlijk initiatief van de gemeente Delft, de gemeente Schipluiden, de TU Delft, Energie Delfland, de Delftse woningcorporaties, de Kamer van Koophandel, de Windvereniging en de Woonkoepel.

Een eerste project konden maar liest 400 gezinnen tegen een bijzonder aantrekkelijke prijs een set zonnepanelen (pv-panelen) aanschaffen. En met een soortgelijke PV-actie voor huurders heeft het Delfts Energie Agentschap inmiddels ook een succesvol vervolg op deze actie gehouden. De deelnemende huurders betalen per maand 3 euro meer, maar dit wordt ruimschoots gecompenseerd door de ongeveer 6 euro per maand die het aan besparing op het stroomverbruik oplevert. In totaal deden zo'n 250 huurders mee en op jaarbasis besparen hun PV-panelen zo'n 120.000 kWh.

Ook Aalstenaars hebben recht op een lage energiefactuur. Daarom pleit Kindermans voor de uitwerking van een Aalsters zonnedakenplan, als opdracht van het op te richten Aalsters Energie Agentschap. Voor Aalst zijn de deelname van de hogescholen, de technische middelbare scholen en bedrijven essentieel voor het slagen van het opzet. Voor kans op slagen moet er bij het stadsbestuur een duidelijke politieke ambitie zijn om op lokaal vlak aan een vooruitstrevend en trendsettend energie- en klimaatbeleid te doen. Op dit moment heeft het Aalsterse stadsbestuur die ambitie duidelijk nog niet. Groen! Aalst heeft die ambitie alvast wel.